Sector
  • Vso
  • Praktijkonderwijs
Vakgebied
  • Alle beroepsgerichte sectoren
Vakinhoud
  • Alle beroepsgerichte profielvakken
  • Beroepsgericht keuzevak

Pro/vso

20-12-2017

Op deze pagina’s vindt u informatie over de praktijk-/ beroepsgerichte vakken in het praktijkonderwijs (pro) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso).

Ga direct naar:

  1. Wat is de rol van het beroepsonderwijs in het pro en vso? Een historisch perspectief.

  2. Hoe worden beroepsgerichte vakken in het pro en het vso vormgegeven?

  3. Wat zijn de ontwikkelingen in het pro en vso?

  4. Op welke wijze kunnen leerlingen doorstromen?

1. Wat is de rol van het beroepsonderwijs in het pro en vso? Een historisch perspectief.

Het beroepsonderwijs bestaat al lang, hoewel de vorm en opzet door de eeuwen heen is veranderd.
Jarenlang viel het samen met arbeid. De bekendste vorm hiervan is het gildewezen. Dit verdween in de loop van de 18e eeuw. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw kreeg in Nederland het beroepsonderwijs, toen nog vakonderwijs geheten, als afzonderlijke institutie gestalte. Er werden diverse scholen opgezet voor leerlingen die tot dat moment geen mogelijkheid hadden om door te leren. Voorbeelden hiervan zijn de ambachtsscholen, waar werd opgeleid voor ambacht en nijverheid en de huishoudschool of kookschool, waarin vrouwen weren opgeleid voor een beroep als huishoudster, dienstbode, of voorbereid op een rol als huisvrouw.

Voor leerlingen met uiteenlopende beperkingen werden in de 18e en de 19e eeuw ook scholen ingericht. Daar had de overheid geen bemoeienis mee. Er was sprake van particuliere initiatieven die vaak werden geïnitieerd door de kerk. Deze situatie duurde voort tot het midden van de 20e eeuw, toen in 1949 de wettelijke basis werd gelegd voor uiteenlopende typen speciaal onderwijs.

In 1968 werden met de invoering van de Mammoetwet veel onderwijsvormen ondergebracht in het lager beroepsonderwijs (lbo). Met deze wet werd het hele secundaire onderwijs in één stelsel ondergebracht. Vanuit het nieuwe ideaal van ‘gelijkheid van kansen’ voor kinderen uit verschillende sociale klassen werd getracht om de doorstroming tussen de verschillende onderwijstypen (lbo, mavo, havo, vwo, mbo) te bevorderen. Vanaf toen omvatte het lager beroepsonderwijs een scala aan opleidingen, zoals de lts (lagere technische school) en het lhno (lager huishoud- en nijverheidsonderwijs).

Het praktijkonderwijs (pro) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso) zijn relatief jonge schooltypen. Het vso bestaat sinds 1985. Het is een vorm van onderwijs voor leerlingen met uiteenlopende beperkingen die speciale onderwijszorg nodig hebben.
Het praktijkonderwijs, voor leerlingen die niet in staat zijn om een regulier vmbo-diploma te behalen, ontstond pas in 1998 bij de invoering van de leerwegen in het vmbo. Vanaf die tijd zijn er ook ontwikkelingen merkbaar waarbij beroepsonderwijs en/of praktijkgericht onderwijs als onderdeel van het curriculum op scholen voor praktijkonderwijs en vso wordt aangeboden.

Praktijkonderwijs

In 1998, toen de leerwegen in het vmbo werden ingevoerd, is het praktijkonderwijs ontstaan. Deze leerweg stond aanvankelijk bekend als de arbeidsmarktgerichte leerweg voor moeilijk lerende kinderen (vso-mlk). In 1998 werd deze naam vervangen door de term praktijkonderwijs, een leerweg die niet kwalificerend zou zijn, maar direct zou toeleiden tot de arbeidsmarkt. In het praktijkonderwijs werken leerlingen aan een toekomstperspectief: vrijetijdsbesteding, arbeid en voor sommigen: vervolgopleidingen. Leerlingen doen dat onder andere door een oriëntatie op sectoren, leren- en loopbaanbegeleiding en werknemersvaardigheden.

Voortgezet speciaal onderwijs

In 1967 trad een nieuwe wet in werking: scholen voor buitengewoon onderwijs kregen de mogelijkheid om afdelingen voor zeer jeugdige kinderen in te richten opdat vroegtijdige pedagogische en didactische hulp kon worden verleend aan in hun ontwikkeling bedreigde kleuters. Daarnaast bood deze wet de mogelijkheid tot het inrichten van voortgezet speciaal onderwijs, omdat veel kinderen en jeugdigen vanaf 12 à 13 jaar nog steeds behoefte hadden aan speciale onderwijszorg. In 1998 krijgt het (voortgezet) speciaal onderwijs een eigen wet, de Wet op de Expertisecentra (WEC), en daarmee werd de positie van het (voortgezet) speciaal onderwijs wettelijk vastgelegd.

Arbeidstoeleiding

Sinds 2013 is arbeidstoeleiding één van de wettelijke taken van het vso. Dit is geregeld in de wet Kwaliteit (voortgezet speciaal onderwijs). Vso-scholen worden geacht leerlingen die niet in staat zijn om een startkwalificatie te behalen toe te leiden naar een (duurzame) plek op de arbeidsmarkt. Deze leerlingen krijgen onderwijs in het uitstroomprofiel arbeidsmarkt en/of dagbesteding. Deze uitstroomprofielen kennen geen kwalificatieplicht. De nadruk van de beroepsgerichte vakken ligt voor deze uitstroomprofielen op de ontwikkeling van algemene beroepsvaardigheden. Vso-leerlingen die een vervolgopleiding doen, worden geplaatst in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs. De nadruk van beroepsgerichte vakken ligt voor deze leerlingen op inhouden en toetsen gerelateerd aan de profielen van het reguliere vmbo.

 

2. Hoe worden beroepsgerichte vakken in het pro en het vso vormgegeven?

Praktijkonderwijs

Het praktijkonderwijs is erop gericht dat leerlingen zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren in wonen, werken, vrije tijd en burgerschap.  Bij het onderwijsprogramma voor beroepsgerichte vakken staat het ontwikkelen van algemene beroepsvaardigheden centraal. Dit gebeurt in de context van de praktijkvakken die pro-scholen aanbieden, al dan niet aangevuld met branchegerichte cursussen.

Wat zijn de (kern)doelen voor beroepsgerichte vakken in praktijkonderwijs?

Praktijkonderwijs kent geen eigen set kerndoelen, ze houden zich wettelijk gezien aan de kerndoelen van het onderbouw vo-programma. Praktijkonderwijs heeft daarvan vertalingen gemaakt naar streef-/beheersingsdoelen, deze zijn samengevat in een eigen curriculum voor praktijkonderwijs.

Voortgezet speciaal onderwijs

Het vso is ingedeeld in drie vso-uitstroomprofielen, te weten: vervolgonderwijs, arbeidsmarkt gericht en dagbesteding. Beroepsgerichte vakken worden met name aangeboden aan leerlingen die geplaatst zijn in de eerste twee vso-uitstroomprofielen.

Wat zijn de (kern)doelen voor beroepsgerichte vakken in vso?

Het vso-uitstroomprofiel vervolgonderwijs baseert haar onderwijs op de kerndoelen voor het vso. Voor de schoolse vakken zijn die gelijk aan de kerndoelen voor de onderbouw vo. Naast de schoolse vakken moeten scholen aandacht besteden aan leergebiedoverstijgende thema's. Hiervoor zijn aparte kerndoelen opgesteld.
Binnen dit profiel worden profielen van het vmbo aangeboden. Vso-scholen werken daarbij nauw samen met een reguliere school voor vmbo. Daarbij wordt hetzelfde programma van toetsing en afsluiting gehanteerd als van de samenwerkende vmbo-scholen en wordt het profiel aangeboden die op de samenwerkende vmbo-scholen aangeboden wordt. Meer informatie is op de website Nieuw vmbo te vinden.

Het vso-uitstroomprofiel arbeidsmarkt

Het uistroomprofiel arbeidsmarkt kent een eigen set kerndoelen. Daarin worden doelen onderscheiden voor schoolse vakken, leergebiedoverstijgende thema's en kerndoelen ter voorbereiding op arbeid. Zeker deze laatste kerndoelen zijn zeer relevant voor het vormgeven en inrichten van beroepsgerichte vakken in het vso. Binnen het uitstroomprofiel arbeidsmarkt maken beroepsgerichte vakken deel uit van het curriculum. Dit uitstroomprofiel kent geen diplomering. De nadruk ligt meer op de ontwikkeling van algemene beroepsvaardigheden. Het programma voor deze groep leerlingen die uitstromen naar arbeid is vergelijkbaar met die van praktijkonderwijs. Dit gebeurt in de context van de praktijkvakken en stagevakken die de scholen aanbieden, al dan niet aangevuld met branchegerichte cursussen.

Platforms pro/vso

Zowel praktijkonderwijs als vso hebben platforms die scholen ondersteunen bij het uitvoeren van hun taak.
Het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs is een samenwerkingsverband van ruim 160 praktijkscholen die zich inzet voor de belangen van het praktijkonderwijs. Zij werken met elkaar aan onderwijskwaliteit en innovatie. Het Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs (Lecso) is actief betrokken bij de ontwikkelingen rond kennis, professionalisering en onderzoek voor scholen speciaal onderwijs. Ze informeren en ondersteunen hun leden bij de implementatie van beleid.

LOB

In het vso en het praktijkonderwijs staat loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) hoog op de agenda. Het is immers van belang dat deze leerlingen goed worden voorbereid op een mogelijke werkplek. In de weg daarnaartoe kan de docent in de rol van loopbaanbegeleider in samenspraak met de leerling een werkplek zoeken die past bij de mogelijkheden van de leerling en zijn speciale onderwijsbehoeften. Een school kan in de onderbouw al aandacht besteden aan loopbaanoriëntatie en in de bovenbouw stageplekken organiseren.

Arbeidstoeleiding

Arbeidstoeleiding is één van de wettelijke taken van het vso. Dit is geregeld in de wet Kwaliteit (v)so. Vso-scholen worden geacht om leerlingen die niet in staat zijn om een startkwalificatie te behalen toe te leiden naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt.

 

3. Wat zijn de ontwikkelingen in het pro en vso?

Voor de beroepsgerichte vakken in het pro/vso zoeken scholen steeds meer samenwerking met het vmbo.

Versterking van de samenwerking pro, vso en vmbo

Door de dalende leerlingenaantallen in het vmbo, veranderende eisen uit de sector, de invoering van de Wet Kwaliteit (v)so en de Wet passend onderwijs zijn scholen voor vmbo, mbo, praktijkonderwijs en vso genoodzaakt om meer inhoudelijk en organisatorisch samen te werken. Schooltypen ontwikkelen zich nog teveel als separate onderwijssoorten, waardoor er aansluitingsproblemen blijven bestaan. Dit staat de ontwikkeling van doorlopende leerlijnen in de weg. De verwachting is dat nauwere samenwerking van vso-scholen en pro-scholen met het vmbo nodig is om praktijkruimte te kunnen delen en leerlingen toe te leiden naar diplomering. Deze samenwerking zal de kwaliteit van de beroepsgerichte vakken versterken.

Gevolgen vernieuwing beroepsgerichte vakken voor vso-leerlingen met uitstroom vervolgonderwijs

Een groot deel van de leerlingen in het vso-uitstroomprofiel vervolgonderwijs volgt een opleiding in een van de leerwegen van het vmbo. Gezien de kleinschaligheid van het vso is het voor veel scholen ondoenlijk om zelfstandig een vmbo-opleiding aan te bieden. Daarom hebben vso-scholen in de afgelopen jaren structurele samenwerking opgebouwd met reguliere scholen. De invoering van de nieuwe beroepsgericht programma`s in 2016 geldt ook voor de vso-scholen die een van de beroepsgerichte leerwegen aanbieden. Als leidraad voor deze ontwikkelingen kunt u de publicatie Wat moet en mag in het voortgezet onderwijs raadplegen.

Kwaliteitsslag vso

Als gevolg van de invoering van de Wet kwaliteit (v)so is begonnen aan een kwaliteitsslag. Bedoeling is dat meer leerlingen met een specifieke behoefte binnen het reguliere onderwijs een plek krijgen. Dit vergroot niet alleen de druk op het reguliere onderwijs, maar ook op het vso: het vso bedient een steeds kleinere groep leerlingen met een concentratie van complexere problemen. Voor de beroepsgerichte vakken betekent dit dat samenwerking met vmbo-scholen nog meer nodig is. Een andere uitdaging rondom de kwaliteitsslag doet zich voor in de bevoegdheden en competenties van leraren. De meeste vso-leraren hebben van oudsher een pabo-achtergrond. Zij hebben niet in alle gevallen de juiste bevoegdheden en competenties om leerlingen voor te bereiden op een vmbo-diploma.

 

4. Op welke wijze kunnen leerlingen doorstromen?

Vanuit praktijkonderwijs en vso kunnen leerlingen doorstromen in het reguliere onderwijs. Iets meer dan de helft van de leerlingen die het praktijkonderwijs verlaten, stroomt door naar vervolgonderwijs. Bij vso is dit iets minder dan de helft.

Praktijkonderwijs

Praktijkonderwijs is bedoeld als eindonderwijs, maar in de praktijk volgt een aanzienlijk deel van de leerlingen toch nog een (v)mbo-opleiding. Ook zijn er leerlingen in het vso-uitstroomprofiel arbeid die de overstap naar vso-uitstroomprofiel vervolgonderwijs voor een aantal vakken kunnen maken. Maatwerktrajecten zijn dan noodzakelijk. De instroom vanuit het praktijkonderwijs naar het mbo is verrassend hoog. Veruit de meeste leerlingen die vanuit pro een vervolgopleiding doen gaan naar het mbo. Zij komen op mbo-niveau 1 en 2 terecht. Omdat een aanzienlijk deel van de leerlingen er alsnog in slaagt om een diploma behalen, is het zinvol om tussentijds de indicatiestelling van leerlingen te evalueren. Ook is het wenselijk om het leerplan aan te passen aan de verschillende uitstroommogelijkheden om individuele leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun specifieke vervolgtraject.

Doorstroom vso-vmbo

Van de 4395 leerlingen die in schooljaar 2012/2013 vso volgden en een jaar later ander bekostigd onderwijs (doorstromers) is het grootste deel mbo-niveau 1 of mbo-niveau 2 gaan volgen. Er is echter ook doorstroom naar andere onderwijssoorten binnen het vo, naar bijvoorbeeld vmbo en havo, en naar hogere niveaus van het mbo. De laatste doorstroomgegevens vindt u op de website Onderwijs in Cijfers.

Publicatie Verbinding in het vso

Heeft u op uw vso-school leerlingen in het arbeidsmarktgerichte profiel waarvoor u de mogelijkheid voor opstroom naar uitstroomprofiel vervolgonderwijs wilt openhouden? Of heeft uw vso-school als gevolg van een te klein aantal leerlingen de wens om groepen samen te voegen en een meer gedifferentieerd aanbod te bieden? De publicatie Verbining in het vso kan u hierbij ondersteunen.

 


 


 


 


 


 

 

 


 


 

Contactpersoon